Nieuws

Naheffing parkeerbelasting met btw?

Enige tijd geleden mocht ik mij verheugen in de ontvangst van een parkeerbon. Oh, sorry, ik bedoel een naheffingsaanslag parkeerbelasting plus in rekening gebrachte kosten. De gemeente Arnhem incasseert jaarlijks ruwweg 10 miljoen euro aan opbrengsten voor het gelegenheid bieden tot parkeren. Ongeveer de helft hiervan ziet op baten die worden ontvangen in de gemeentelijke parkeergarages en de andere helft ziet op de heffing van parkeerbelasting, -vergunningen en naheffingen parkeerbelasting met kosten. Op een kwitantie bij een parkeergarage staat netjes vermeld dat er in het parkeergeld omzetbelasting is begrepen, omzetbelasting die door een ondernemer in het kader van zijn btw-onderneming kan worden teruggevraagd. Parkeerbelasting echter wordt geheven zonder dat omzetbelasting daarover in rekening wordt gebracht.

Dit bracht mij ertoe te onderzoeken waarom dit onderscheid wordt gemaakt en daarvoor kon ik geen overtuigende argumenten vinden. Het standpunt van gemeente (en staatssecretaris van financiën) is dat heffing van parkeerbelasting wordt gedaan ‘als overheid’ en dat de exploitatie van een parkeergarage niet gedaan wordt als overheid. Hier ben ik het niet mee eens en heb derhalve aan de gemeente om uitreiking verzocht van een btw-factuur terzake de naheffingsaanslag omzetbelasting. Toen dit werd geweigerd, heb ik bezwaar aangetekend en na afwijzing van het bezwaar bij de rechtbank beroep aangetekend.

Van het verloop van de procedure zal nader bericht worden gedaan.

FacebookTwitterDelen

Belastingtarieven 2015

Op 17 december 2014 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het belastingplan 2015. Op de website van de overheid is een overzicht gepubliceerd van de belastingtarieven 2015. De politiek heeft traditioneel veel tijd nodig om het belastingplan voor het nieuwe jaar rond te krijgen.

Elke politieke partij wil graag zijn of haar plasje over de plannen voor het nieuwe jaar doen en dat leidt onvermijdelijk tot water bij de wijn, aanpassingen en zo meer. Dat proces is nu afgerond, de Tweede Kamer is met Kerstreces en dus zijn de tarieven voor 2015 nu definitief vastgesteld.

Voor wie tijdens de feestdagen iets interessants wil lezen is dit echt verplichte kost. Veel leesplezier gewenst!

Interview met Sjef Janssen

Sjef Janssen en Rudolf Kaarsemaker - fotografie © vincent boon

Sjef Janssen en Rudolf Kaarsemaker – fotografie © vincent boon

Voor de opleidingsbrochure voor 2014 van het Register Belastingadviseurs werd de oprichter-eigenaar van TAXetera, Rudolf Kaarsemaker, geïnterviewd samen met Sjef Janssen in 2013.

Klik hier om het interview te lezen.

Sportbeoefening als bron van inkomen?

Menig topsporter wordt blij verrast als er na (vaak) lange tijd zwoegen en ploeteren om financieel rond te komen zich een sponsor aandient. In de beginfase dat een topsporter zich mag verheugen in een sponsor dient zich dan ook vaak de vraag aan of over sponsorgelden omzetbelasting en inkomstenbelasting betaald moet worden.

Voor de omzetbelasting geldt als vuistregel dat iedere persoon of organisatie (een stichting, vereniging, maatschap of vennootschap) ondernemer kan zijn voor de omzetbelasting. Bepalend daarvoor is of die persoon of organisatie economische activiteiten verricht. Economische activiteiten zijn leveringen van goederen of het verrichten van diensten, meer dan incidenteel, tegen een vergoeding. Wordt daaraan voldaan, dan is er in principe sprake van btw-plicht of “ondernemerschap voor de omzetbelasting”. Dat hoeft geen enkel probleem te zijn, maar je moet wel alert zijn op een aantal zaken. Correcte facturering en het voeren van een administratie zijn daarin twee zeer belangrijke.

Voordat een sporter echter inkomstenbelasting verschuldigd is over sponsorgeld, moet eerst bekeken worden of er sprake is van een zogenaamde bron van inkomen. Het ontvangen van sponsorgelden klinkt erg fraai, maar als die bedragen amper toereikend zijn om de kosten van de sportbeoefening uit te betalen, dan is het maar zeer de vraag of de sportbeoefening als een bron van inkomen kan worden gezien. Zolang dat niet zo is, dan is belastingheffing doorgaans nog niet aan de orde.

Meer weten? neem gerust vrijblijvend contact op.

Stichting voor kunstgrasveld – geen cassatie door Ministerie van Financiën

kunstgrasOB: Stichting aanleg en exploitatie kunstgrasveld is ondernemer; geen misbruik van recht. Geen cassatie.

Hof Arnhem-Leeuwarden besliste op 26 augustus 2014 (ECLI:NL:GHARL:2014:6755) dat een in het leven geroepen stichting voor de investering in een kunstgrasveld recht had op aftrek van btw. Gemeenten en sportverenigingen zoeken doorgaans naar structuren die behulpzaam zijn om grote investeringen beter realiseerbaar en financierbaar te maken en in dat kader is de fiscus alert op potentieel misbruik van wet- en regelgeving. Omzetbelasting is immers een substantiële kostenpost bij grote investeringen.

In deze procedure ziet de staatssecretaris af van cassatie en geeft daarvoor in een persbericht van 19 december 2014 zijn motivatie. De belastingdienst is scherp op ‘s-lands financiën en daar is niets mis mee. Echter, soms hebben een gemeente en een sportvereniging of sportverenigingen de krachten gebundeld om te komen tot een oplossing. Deze situatie kon de goedkeuring van het Hof wegdragen, maar die van de staatssecretaris niet. Er zijn veel procedures die bij het Hof tot een eind komen en soms wordt in principiële gevallen cassatie bij de Hoge Raad aangetekend. In dit geval vindt de staatssecretaris het nodig om daarover een bericht naar buiten te brengen en soms geeft dat een aardig kijkje in de fiscale keuken.

Hoewel Rechtbank en Hof ten faveure van de stichting oordeelden vindt de staatssecretaris in dit geval dat er eigenlijk sprake is van misbruik van recht, maar kan dat op geen enkele manier hard maken. Argumenten waren door de inspecteur wel aangedragen, maar zijn door de rechter niet meegenomen in diens motivatie van de uitspraak – iets waar de staatssecretaris het duidelijk niet mee eens is en dat ook niet onder stoelen of banken steekt. Het is hierdoor echter wel duidelijk dat voor de aanleg van kapitaalintensieve sportvoorzieningen alertheid geboden blijft: de staatssecretaris vindt nauwe relaties tussen gemeente, betrokken personen en sportvereniging(en) in de weg staan aan de onafhankelijkheid van de door die partijen opgerichte stichting.

Partijen die overwegen dit soort projecten op te starten of daar al mee bezig zijn, doen er verstandig aan de jurisprudentie op dit punt goed te volgen.